(Wanneer je spreekt over een regio met eigen landschap, cultuur of producten.)
In deze streek worden veel appels en peren geteeld.
De streek rond Maastricht staat bekend om zijn heuvels en kastelen.
Elke streek in Nederland heeft zijn eigen dialect.
Mijn oma komt uit een streek waar ze vroeger veel turf staken.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Wanneer iemand een plagerijtje of een lelijke actie uithaalt.)
Dat was een gemene streek van hem om mij niet uit te nodigen.
De kinderen haalden weer allerlei streken uit op school.
Hij haalde een streek uit met zijn broertje.
(Wanneer een schilder of tekenaar iets op papier of doek zet.)
Met een snelle streek tekende hij het silhouet van een vogel.
De schilder zette een brede streek blauwe verf op het doek.
Met een paar streken had de tekenaar haar gezicht op papier gezet.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.