NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Stuk(het)
    Common nounexemplaar voor tellen
  • 22Stuk
    Adjectiveniet meer heel
  • 33Stuk(het)
    Common noundeel van iets groters

Browse

DictionaryVocabularyMy WordsRecent words
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇬🇧
  • 11Stuk(het)
    Common nounexemplaar voor tellen
  • 22Stuk
    Adjectiveniet meer heel
  • 33Stuk(het)
    Common noundeel van iets groters
  1. NEDERLANDS
  2. /Dictionary
  3. /Stuk
DictionaryStuk

Stuk

  • hetstuk

    Common noun

    exemplaar voor tellen

    1. Een afzonderlijk exemplaar dat geteld wordt, vaak bij producten of prijzen.Hoeveel stuks fruit wilt u?
  • stuk

    Adjective

    niet meer heel

    1. Niet meer werkend of heel; kapot.De lift in ons gebouw is al een week stuk.
    2. Heel erg moe, uitgeput of emotioneel gebroken.Ik ben helemaal stuk na die marathon.
  • hetstuk

    Common noun

    deel van iets groters

    1. Een afgescheiden deel van iets groters, vaak eetbaar of tastbaar.Ik neem nog een stukje kaas.
    2. Een afstand of traject dat je aflegt.Het is nog een heel stuk naar huis.
    3. Aanzienlijk, veel; gebruikt om een vergelijking sterker te maken.Vandaag voel ik me een stuk beter dan gisteren.
    4. Een artikel of geschreven tekst, bijvoorbeeld in een krant of tijdschrift.Hij heeft een kritisch stuk over de politiek geschreven.

Keep learning

More A2 wordsPractice