Sukkelen
Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord (kan niet met een lijdend voorwerp gebruikt worden)
Het werkwoord 'sukkelen' betekent worstelen of moeite hebben met iets, vaak op een licht negatieve of komische manier. Het kan ook verwijzen naar langzaam of met moeite bewegen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik sukkel elke ochtend met mijn wekker.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele week gesukkeld met zijn nieuwe baan.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Sukkel niet zo en begin gewoon!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij sukkelde vorig jaar met haar gezondheid, maar nu gaat het beter.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.