🇬🇧

Sukkelen

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (kan niet met een lijdend voorwerp gebruikt worden)

Het werkwoord 'sukkelen' betekent worstelen of moeite hebben met iets, vaak op een licht negatieve of komische manier. Het kan ook verwijzen naar langzaam of met moeite bewegen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik sukkel elke ochtend met mijn wekker.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele week gesukkeld met zijn nieuwe baan.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Sukkel niet zo en begin gewoon!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij sukkelde vorig jaar met haar gezondheid, maar nu gaat het beter.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.