🇬🇧

Surfen

Auxiliary verb

hebben

werkwoord

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Examples

  • Ik surf graag in de oceaan.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Gisteren surfte ik heel goed.

    verleden tijd, indicatief

  • Hij heeft gesurfd op een wedstrijd.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Surf vaak als je kunt!

    gebiedende wijs, imperatief

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.