Attributive forms
Als je 'taai' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'taaie'. Bijvoorbeeld: 'een taaie stof' of 'de taaie man'. Let op: na 'een' of 'de/het' gebruik je dezelfde vorm.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'taai'. Bijvoorbeeld: 'De stof is taai' of 'Het vlees wordt taai'.
Comparative
Om te zeggen dat iets taaier is dan iets anders, gebruik je 'taaier'. Bijvoorbeeld: 'Deze stof is taaier dan katoen'. Je kunt ook 'taaier dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor het overtreffende trap gebruik je 'taaiste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat (bijv. 'de taaiste stof') en 'taaist' als het na een werkwoord staat (bijv. 'Dit is het taaist').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de stellende trap krijgt 'taai' een extra '-e' in de attributieve vorm (bijv. 'taaie worst').
- usage:'Taai' kan zowel letterlijk (fysiek stevig) als figuurlijk (moeilijk op te geven) gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'Hij is een taaie onderhandelaar'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.