Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord (in sommige vormen)
Het werkwoord 'tegenspreken' betekent het uiten van een mening of feit dat ingaat tegen iets wat eerder is gezegd of beweerd. Het kan zowel formeel als informeel gebruikt worden, afhankelijk van de context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Examples
Ik spreek je niet tegen, maar ik ben het er niet mee eens.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij sprak de beschuldiging fel tegen tijdens de rechtszaak.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je de feiten niet zomaar tegenspreekt zonder bewijs.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Spreek de onwaarheden tegen voordat ze verspreid worden!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De getuigen hebben elkaar tijdens het proces tegengesproken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.