NEDERLANDS
🇬🇧

Teleurstellen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'teleurstellen' drukt vaak een gevoel van ontevredenheid of verdriet uit omdat iets of iemand niet aan de verwachtingen voldoet.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik wil mijn ouders niet teleurstellen, dus ik studeer hard.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn vrienden teleurgesteld door niet te komen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het teleurstellende nieuws maakte iedereen verdrietig.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Stel me niet teleur en kom op tijd!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.