Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'teleurstellen' drukt vaak een gevoel van ontevredenheid of verdriet uit omdat iets of iemand niet aan de verwachtingen voldoet.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Examples
Ik wil mijn ouders niet teleurstellen, dus ik studeer hard.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn vrienden teleurgesteld door niet te komen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het teleurstellende nieuws maakte iedereen verdrietig.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Stel me niet teleur en kom op tijd!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.