NEDERLANDS
🇬🇧

Terugbetalen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord met scheidbaar voorvoegsel 'terug-'

Het werkwoord 'terugbetalen' wordt vaak gebruikt in financiële contexten, zoals het teruggeven van geleend geld, het vergoeden van kosten of het aflossen van schulden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik betaal de reiskosten volgende week terug.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je het geld al terugbetaald?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij betaalde de lening vorig jaar terug.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Betaal het geld onmiddellijk terug!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je de schuld op tijd terugbetale.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.