NEDERLANDS
🇬🇧

Teruggeven

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (heeft een lijdend voorwerp nodig)

Het werkwoord 'teruggeven' betekent iets terugbrengen of retourneren naar de oorspronkelijke eigenaar of plaats. Het wordt vaak gebruikt in contexten van lenen, uitlenen, of het retourneren van spullen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik geef het boek morgen aan je terug.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij gaf de telefoon gisteren terug.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de jurk netjes teruggegeven.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Geef die pen onmiddellijk terug!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je het geld teruggeeft.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.