NEDERLANDS
🇬🇧

Thema

de-hetCommon nounA2

Singular forms

'Thema' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt om één onderwerp aan te duiden. Het kan zowel concreet als abstract zijn.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm 'thema's' wordt gebruikt om meerdere onderwerpen aan te duiden. Het meervoud is regelmatig.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het verkleinwoord 'thematje' wordt gebruikt om iets schattig, klein of minder serieus te maken. Vaak informeel.

informeel

Common compounds

  • hoofdthema

    belangrijkste onderwerp

  • thema-avond

    een avond gewijd aan een specifiek onderwerp

  • themalied

    een lied dat bij een bepaald thema hoort

  • themapark

    een pretpark met een specifiek thema

Common word combinations

  • bespreken

    'Bespreken' wordt vaak gebruikt met 'thema' om aan te geven dat iets behandeld of uitgelegd wordt.

  • kiezen

    'Kiezen' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand een onderwerp selecteert.

  • actueel

    'Actueel' betekent dat het thema op dit moment belangrijk of relevant is.

  • terugkerend

    'Terugkerend' betekent dat het thema meerdere keren voorkomt of herhaald wordt.

Important notes

  • usage:'Thema' wordt vaak gebruikt in educatieve, professionele en creatieve contexten, zoals in lessen, presentaties, boeken en films.
  • countability:'Thema' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één thema', 'twee thema's', enzovoort.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.