NEDERLANDS
🇬🇧

Thema

hetCommon nounA2

Singular forms

'Thema' is een onzijdig zelfstandig naamwoord (het-woord). Het wordt vaak gebruikt om een onderwerp of een centraal idee aan te duiden, bijvoorbeeld in lessen, boeken of gesprekken.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm van 'thema' is 'thema's'. Deze vorm wordt gebruikt als er meerdere onderwerpen of ideeën bedoeld worden.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het verkleinwoord 'thematje' wordt gebruikt om een licht, informeel of minder belangrijk onderwerp aan te duiden. Vaak in een speelse of vriendelijke context.

informeel

Common compounds

  • thema-avond

    een avond gewijd aan een specifiek thema

  • themakrant

    een krant die zich richt op een specifiek thema

  • hoofdthema

    het belangrijkste thema

  • themaweek

    een week waarin een bepaald thema centraal staat

Common word combinations

  • bespreken

    Het werkwoord 'bespreken' wordt vaak gebruikt met 'thema' om aan te geven dat er over een onderwerp gepraat wordt.

  • kiezen

    Het werkwoord 'kiezen' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand een onderwerp selecteert.

  • behandelen

    Het werkwoord 'behandelen' betekent dat iets uitgebreid besproken of uitgelegd wordt.

  • actueel

    Het bijvoeglijk naamwoord 'actueel' geeft aan dat het thema op dit moment belangrijk of relevant is.

Important notes

  • countability:'Thema' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'een thema' of 'twee thema's'.
  • usage:Het woord 'thema' wordt vaak gebruikt in educatieve, professionele of creatieve contexten, zoals op school, in boeken of tijdens presentaties.
  • irregular:De meervoudsvorm 'thema's' wordt met een apostrof geschreven omdat de klemtoon op de laatste lettergreep valt en de 'a' een korte klank heeft.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.