Ik wil dit project echt toekomen.
Hij is toekomend van een lange reis.
ik
Ik kom toe aan mijn taken.
jij / je
Jij komt toe aan je verantwoordelijkheden.
u
U komt toe aan uw wensen.
hij
Hij komt toe aan zijn studie.
zij / ze
Zij komt toe aan haar hobby's.
het
Het komt toe aan het laatste deel.
wij / we
Wij komen toe aan onze ideeën.
jullie
Jullie komen toe aan de feedback.
Wij kwamen toe in de late avond.
Hij kwam toe met goede nieuws.
Zij kwam toe met een voorstel.
Jij kwam toe bij het team.
U kwam toe bij de vergadering.
Het kwam toe bij de juiste tijd.
Toen het project eindelijk toekwam, waren we blij.
De bezoekers toekwamen in een grote groep.
Hij is toegekomen aan zijn afspraken.
Ik wens dat je kome toe in de juiste tijd.
Moge de oplossing spoedig toekome.
Kom toe met je ideeën voor het project.