NEDERLANDS
🇬🇧

    Toevallen

    Verb

    Auxiliary verb

    zijn of hebben (afhankelijk van de context: 'De prijs is hem toegevallen' vs. 'Hij heeft de taak toegevallen gekregen')

    onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord (toe|vallen)

    'Toevallen' betekent vaak dat iets zonder actieve inspanning aan iemand wordt toegewezen of overkomt, bijvoorbeeld een taak, eer, of verantwoordelijkheid.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je

    • u

    • hij, zij / ze, het

    • wij / we

    • jullie

    • zij / ze

    Verleden tijd

    • ik

    • jij / je

    • u

    • hij, zij / ze, het

    • wij / we

    • jullie

    • zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, u, jullie

    Examples

    • De hoofdprijs is hem *toegevallen* tijdens de loterij. (The grand prize *fell to* him during the lottery.)

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Het *valt* mij altijd *toe* om de presentatie te geven. (It always *falls to* me to give the presentation.)

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Als deze taak jou *toevalt*, moet je hem goed doen. (If this task *falls to* you, you must do it well.)

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • De verantwoordelijkheid *viel* hem *toe* na het vertrek van zijn collega. (The responsibility *fell to* him after his colleague left.)

      verleden tijd, aantonende wijs

    Keep learning

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.