NEDERLANDS
🇬🇧

Tolken

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'tolken' betekent het mondeling vertalen van gesproken taal van de ene taal naar de andere. Het wordt vaak gebruikt in contexten zoals conferenties, ziekenhuizen, rechtbanken en internationale bijeenkomsten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • Ik tolk vandaag voor een groep toeristen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gisteren getolkt tijdens een belangrijke bijeenkomst.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als hij zou tolken, zou alles veel duidelijker zijn.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

  • Tolk deze zin in het Frans, alsjeblieft.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.