Tonen
VerbAuxiliary Verb
hebben
werkwoord
Een werkwoord dat zich richt op het zichtbaar maken of demonstreren van iets.
Infinitief
Zij wil leren hoe ze haar gevoelens kan tonen.
Tegenwoordig deelwoord
Hij is nu bezig met tonend kunst te maken.
De tonende artiest veroverde het publiek met zijn optreden.
Tegenwoordige tijd
ik
Ik toon mijn nieuwe schilderij aan mijn vrienden.
jij / je
Jij laat zien en tonen wat je kunt.
u
U toont altijd de beste resultaten in de tentoonstelling.
hij
Hij toont zijn talent tijdens het evenement.
zij / ze
Zij tonen hun vaardigheden in de dans.
het
Het toont duidelijk de verschillen aan.
wij / we
Wij tonen onze plannen op de vergadering.
jullie
Jullie tonen veel motivatie om te leren.
Verleden tijd
ik
Ik toonde de nieuwe collectie op de beurs.
jij / je
Jij toonde veel discipline tijdens de training.
u
U toonde uitstekende vaardigheden in de wedstrijd.
hij
Hij toonde zijn idee aan het team.
zij / ze
Zij toonden dat teamwork essentieel is.
het
Het toonde een verrassend resultaat aan.
wij / we
Wij toonden onze ideeën tijdens de presentatie.
jullie
Jullie toonden veel enthousiasme in de workshop.
Voltooid deelwoord
Ze heeft haar beste werk getoond aan de jury.
Aanvoegende wijs
Hoop dat ik mag tone in deze productie.
Gebiedende wijs
Toon je creativiteit in deze opdracht!