Tonen
VerbAuxiliary Verb
heeft
werkwoord
Dit werkwoord kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.
Infinitief
We gaan de resultaten van het onderzoek tonen.
Tegenwoordig deelwoord
Hij is de presentatie tonend aan de groep.
De tonende acteur impressieert het publiek.
Tegenwoordig deelwoord
Zij is tonend in de tuin.
Zijn tonende presentatie hield de aandacht vast.
Tegenwoordige tijd
ik
Ik toon mijn nieuwe schilderij aan mijn vrienden.
jij / je, u
Jij toont veel belangstelling voor kunst.
hij, zij / ze, het
Hij toont zijn skills in de sport.
wij / we
Wij tonen een kort filmpje op het feest.
jullie
Jullie tonen steeds meer interesse in de cursus.
Verleden tijd
ik
Ik toonde de foto's aan mijn familie.
jij / je, u
Jij toonde geweldige talenten op het podium.
hij, zij / ze, het
Zij toonde haar diploma met trots.
wij / we
Wij toonden onze foto's tijdens de presentatie.
jullie
Jullie toonden veel inzet in de workshop.
Voltooid deelwoord
De resultaten zijn getoond aan de leerlingen.
Aanvoegende wijs
Laat me weten dat ik de concepten goed tone.
Gebiedende wijs
Toon de deelnemers het plan!