(over het lichaam of bij de dokter)
Ik heb mijn tong gebrand aan de hete soep.
De dokter vroeg mij om mijn tong uit te steken.
Haar tong is helemaal wit, ze is misschien ziek.
De kinderen staken hun tong uit naar elkaar op het schoolplein.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(in het restaurant of bij de visboer)
We hebben gisteren een verse tong gegeten bij de kust.
De tong wordt meestal met boter en citroen gebakken.
Op de menukaart staat tong met aardappelen en spinazie.
(in uitdrukkingen over spreken)
Hij heeft een scherpe tong en zegt alles recht voor zijn raap.
Het woord ligt op het puntje van mijn tong.
Pas op voor haar, ze heeft een gevaarlijke tong.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.