(iets vastmaken, ophangen of slepen in en om het huis)
Hij bond de dozen op het dak van de auto vast met een stevig touw.
Het touw waarmee de boot vastligt, is helemaal vies geworden.
Heb jij ergens een touw voor me liggen?
De zeilers controleerden alle touwen voordat ze uitvoeren.
Ik trok zo hard ik kon aan het touw, maar het gaf niet mee.
Bij touwtrekken proberen twee ploegen elkaar met een dik touw over de streep te trekken.
Knoop een touwtje om je vinger zodat je het niet vergeet.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.