NEDERLANDS
🇬🇧

Tranen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Het werkwoord 'tranen' wordt meestal gebruikt om aan te geven dat iemand huilt of dat de ogen vochtig worden, vaak door emotie of irritatie (bijv. door uien).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Mijn ogen tranen altijd als ik in de wind fiets.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij traande toen hij afscheid moest nemen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je niet trane tijdens deze film, ben je van steen!

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Ze heeft de hele nacht getraand na het slechte nieuws.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.