Trappetjes
detrap
Common nountrap of treden
- constructie om van de ene naar de andere verdieping te gaan (bestaande uit treden)De verdieping is te bereiken via de trap.
- een enkele trede van een trapDe trede van de trap is versleten.
- trap in een sportactiviteit (bijvoorbeeld jongleren met een bal of een dans)Je moet de bal goed trappen om te scoren.
- diminutief, een kleine trapHet trapje is klein.
trappen
Verbveel trappen
- met de voet kracht uitoefenen op een oppervlak, vaak een pedaal of een trapHij geeft een krachtige voetschop.
- een trap op- of afgaanIk loop de trap op naar mijn kamer.
- in beweging zetten door te trappen (bijvoorbeeld een fiets)De fietsenmaker maakt een verplaatsing van de fiets door het pedaal te trappen.
- met kracht of geweld iets of iemand rakenDe speler heeft hard tegen de deur getrapt.
detrap
Common nountrap in huis
- constructie van treden die gebruikt wordt om van de ene naar de andere verdieping te komenDe trap leidt naar de bovenverdieping.
- een enkel treden van een trap, dat je op en af gaatDe treden zijn gemaakt van hout.
- trap als onderdeel van de mechanismen van een fiets of muziekstukHet mechanisme van de fiets zorgt ervoor dat de trappers soepel draaien.
- trap als een symbolische hindernis of uitdagingElke uitdaging maakt je sterke.