Trap
deCommon Nounconstructie om van de ene naar de andere verdieping te gaan (bestaande uit treden)
(iemand gaat de trap op of af)
Hij loopt elke dag de trap op naar zijn appartement.
De brandweer moest de trap af om de mensen te evacueren.
- Compound
De trap is steil, maar hij is wel veilig en stevig.
- Future Tense
Wij zullen de trap gebruiken om naar de bovenste verdieping te gaan.
- Declarative
Ik vind die trap erg stijlvol.
- Context & Scenario
Ik gebruik de trap om naar mijn kamer te gaan.
- Synonym
De trap is ook wel bekend als een toegang tot hogere verdiepingen.
- Simple
De verdieping is te bereiken via de trap.
- Past Tense
Hij liep snel de trap af naar beneden.
- Imperative
Neem de trap en ga naar de tweede verdieping!
- Context & Scenario
Tijdens het feest viel hij bijna van de trap, maar hij redde zichzelf.
- Idiomatic
Stap niet op de treden als ze nat zijn, dat is uitglijden geblazen.
- Complex
De verdieping, die hoger is dan de vorige, heeft een prachtig uitzicht.
- Present Tense
Ik klim elke dag de trap op.
- Interrogative
Zou je de trap willen repareren?
- Context & Scenario
De leerlingen leerden over de constructie van trappen in de techniekles.
- Related Word
De slaapkamer is op de bovenste verdieping van het huis.
een enkele trede van een trap
(de treden van de trap)
Ze viel op de onderste trap en schaafde haar knie.
Hij heeft de trap met veel moeite gemaakt van hout.
- Compound
De trede is glad, maar de leuning helpt ons.
- Present Tense
Ik sta op de derde trede van de trap.
- Declarative
De trede lijkt stevig genoeg.
- Context & Scenario
De kinderen renden op de trap en sprongen over de treden.
- Simple
De trede van de trap is versleten.
- Future Tense
Zij zal op de tweede trede gaan staan voor het betere uitzicht.
- Imperative
Pak de handrail als je op de trede staat!
- Complex
De trede, die ik gisteren schoonmaakte, is nu veilig om op te lopen.
- Past Tense
Hij viel van de eerste trede.
- Interrogative
Is deze trede niet te hoog voor jou?
trap in een sportactiviteit (bijvoorbeeld jongleren met een bal of een dans)
(een beweging of actie uitvoeren)
Bij dat spel moet je de bal met een trap omhoog schieten.
Hij maakte een mooie trap tijdens de dansvoorstelling.
- Simple
Je moet de bal goed trappen om te scoren.
- Past Tense
Gisteren trapte ik de bal tijdens de training.
- Interrogative
Trap je de bal ook tijdens de lessen?
- Context & Scenario
De leraar vroeg ons om een sportactiviteit te kiezen voor de gymles.
- Related Word
In deze sportactiviteit gebruik je je voeten om de bal te verplaatsen.
- Complex
Als je een goede trap wilt maken, moet je je voet goed positioneren.
- Future Tense
Morgen zal zij de bal trapen in de wedstrijd.
- Imperative
Trap de bal nu naar mij!
- Context & Scenario
Tijdens het feestje trapte ze vrolijk op de dansvloer.
- Idiomatic
Hij geeft altijd een trap in de goede richting wanneer we samenwerken.
- Compound
Hij trapte de bal naar zijn teamgenoot en terwijl hij dat deed, keek hij naar de tegenstanders.
- Present Tense
Hij trapt de bal elke zaterdag met vrienden.
- Declarative
Hij trapte de bal hard tijdens de wedstrijd.
- Context & Scenario
Na school ga ik naar het park om te sporten.
- Synonym
Hij trapte de bal, die perfect op de grond stuiterde.
diminutief, een kleine trap
(een trapje gebruiken voor een kortere hoogte)
Ze gebruikte een trapje om de bovenste plank te bereiken.
De kinderen spelen graag op het trapje in de tuin.
- Compound
Het trapje is klein, maar het is ook erg handig.
- Present Tense
De kinderen gebruiken het kleine trapje om bij de bovenste plank te komen.
- Imperative
Gebruik het kleine trapje voorzichtig!
- Context & Scenario
Tijdens het feestje gebruikten we een klein trapje om de decoraties op te hangen.
- Idiomatic
Met een klein trapje kun je letterlijk en figuurlijk een stapje hoger komen.
- Simple
Het trapje is klein.
- Past Tense
Gisteren gebruikte ik het kleine trapje om de lamp te vervangen.
- Declarative
Dit kleine trapje is perfect voor de klus.
- Context & Scenario
Ik heb een klein trapje in mijn keuken staan.
- Synonym
Dit trapje is ook wel een opstapje genoemd.
- Complex
Het trapje, dat naast de kast staat, is klein.
- Future Tense
Morgen zal zij het kleine trapje gebruiken om het plafond te schilderen.
- Interrogative
Is dat trapje klein genoeg voor jou?
- Context & Scenario
In de klas hebben we een klein trapje om de boeken uit de kast te pakken.
- Related Word
De kinderen kregen een klein opstapje om bij het aanrecht te komen.