Attributive forms
Als je 'triest' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Bij 'de'-woorden en meervoud zeg je 'trieste' (bijv. 'de trieste man', 'trieste dagen'). Bij 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je 'triest' (bijv. 'triest nieuws').
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'triest'. Bijvoorbeeld: 'De situatie is triest'.
Comparative
Om te zeggen dat iets triester is dan iets anders, gebruik je 'triester'. Bijvoorbeeld: 'Deze situatie is triester dan die van vorig jaar'. Je kunt ook 'dan' toevoegen om een vergelijking te maken: 'Hij is triester dan zijn broer'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'triestst' als het na het werkwoord komt (bijv. 'Dit is het triestst'). Als het vóór een zelfstandig naamwoord komt, gebruik je 'triestste' (bijv. 'de triestste dag').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de overtreffende trap krijgt 'triest' een extra 's' voor de uitgang '-ste': 'triestst' en 'triestste'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.