NEDERLANDS
🇬🇧

Trippen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

'Trippen' wordt vaak informeel gebruikt om te beschrijven dat iemand geniet van muziek of een psychedelische ervaring heeft, maar kan ook letterlijk verwijzen naar struikelen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik trip altijd op deze DJ.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gisteren flink getript op het festival.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Trip niet te veel op die muziek, het is maar een hobby.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij trippte van de kleuren tijdens de lichtshow.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.