Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
'Trippen' wordt vaak informeel gebruikt om te beschrijven dat iemand geniet van muziek of een psychedelische ervaring heeft, maar kan ook letterlijk verwijzen naar struikelen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik trip altijd op deze DJ.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gisteren flink getript op het festival.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Trip niet te veel op die muziek, het is maar een hobby.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij trippte van de kleuren tijdens de lichtshow.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.