Uit
uit
Adverbbuiten of naar buiten
- van binnen naar buiten, naar een andere plaatsHij maakt een verplaatsing van de kamer naar de tuin.
- weg van, verwijderen van een plaats of toestandDe verwijdering van de oude meubels was noodzakelijk.
- afkomstig van, uit iets of iemand voortkomendZijn afkomst is duidelijk zichtbaar in zijn accent.
- geïnvesteerd, betrokken bij een bepaalde activiteit of situatieBetrokkenheid is belangrijk voor het succes van een team.
uit
Prepositionaanwijzing of richting
- aanwijzing van afkomst of oorsprongZijn afkomst is onbekend.
- aanduiding van het verlaten van een plaatsHij verlaat de kamer.
- aanduiding van gebruik of beschikbaarheidJa, ik gebruik een pen om te schrijven.
- verhouding van iets tot iets anders, vaak als voorbeeldDit is een goed voorbeeld van teamwork.
uiten
Verbuitdrukken of vertellen
- uitdrukken of formuleren van gedachten of gevoelensIk kan mijn gedachten moeilijk uitdrukken.
- laten zien of tonenHij toont zijn waardering met een cadeau.
- een bepaalde stemming of sfeer aanbrengenDe sfeer in het café is erg gezellig.