Auxiliary verb hebben
werkwoord
gegeven dat er gekozen kan worden voor verschillende vormen, kan de context variëren.
Infinitief Ik wil het project uitbreiden.
Tegenwoordig deelwoord Het uitbreidend aanbod trekt veel nieuwe klanten.
De uitbreidende markt biedt kansen voor groei.
Tegenwoordige tijd ik
Ik breid uit naar nieuwe markten.
jij / je
Jij breidt uit met meer producten.
u
U breidt uit met een nieuw team.
hij
Hij breidt uit zijn netwerk.
zij / ze
Zij breidt uit haar vaardigheden.
het
Het bedrijf breidt uit zijn diensten.
wij / we
Wij breiden uit ons bereik.
jullie
Jullie breiden uit hun activiteiten.
Verleden tijd ik
Ik breidde uit naar andere steden.
jij / je
Jij breidde uit naar nieuwe klanten.
u
U breidde uit uw kennis in dit gebied.
hij
Hij breidde uit zijn collectie.
zij / ze
Zij breidde uit haar netwerk met nieuwe contacts.
het
Het team breidde uit zijn expertise.
wij / we
Wij breidden uit onze activiteiten vorig jaar.
jullie
Jullie breidden uit met meer ervaring.
Voltooid deelwoord Wij hebben ons aanbod uitgebreid.
Aanvoegende wijs Het is belangrijk dat hij breide uit zijn netwerk.
Ik wens dat je uitbreide je vaardigheden.
Gebiedende wijs Breid uit je kennis over dit onderwerp.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.