NEDERLANDS
🇬🇧

Uitschelden

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk, scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'uitschelden' drukt een sterke emotionele reactie uit, vaak boosheid of frustratie. Het wordt gebruikt om iemand met harde woorden te bekritiseren of te beledigen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Hij **scheldt** zijn collega **uit** omdat hij een fout heeft gemaakt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft hem gisteren **uitgescholden** na een ruzie.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Scheld** die man niet **uit**, dat lost niets op!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zijn zus niet **uitscheldt**, is er geen probleem.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.