Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'uitschelden' drukt een sterke emotionele reactie uit, vaak boosheid of frustratie. Het wordt gebruikt om iemand met harde woorden te bekritiseren of te beledigen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Hij **scheldt** zijn collega **uit** omdat hij een fout heeft gemaakt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft hem gisteren **uitgescholden** na een ruzie.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Scheld** die man niet **uit**, dat lost niets op!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zijn zus niet **uitscheldt**, is er geen probleem.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.