Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord, scheidbaar werkwoord
'Uithalen' betekent vaak 'een grap of streek uithalen', maar kan ook 'iets eruit halen' betekenen, afhankelijk van de context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik haal vaak grapjes uit met mijn broer.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik een streek uitgehaald met mijn collega.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je niets uithaalt, mag je blijven.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Haal nu maar een grap uit!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.