NEDERLANDS
🇬🇧

Uitkiezen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd en voltooid deelwoord

Het werkwoord 'uitkiezen' benadrukt het proces van selecteren of een keuze maken uit meerdere opties.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik kies altijd mijn kleren de avond van tevoren uit.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je al een cadeau voor je vriend uitgekozen?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Kies jij de wijn voor het diner uit?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij koos vorige week een nieuwe bank uit.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.