Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd
'Uitkijken' kan zowel 'oppassen' (letten op gevaar) als 'verlangen naar' (uitkijken naar iets) betekenen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik kijk uit naar mijn verjaardag.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kijk uit voor de hond!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij heeft uitgekeken naar dit moment.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij keken uit het raam en zagen de sneeuw vallen.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.