Uniform
Attributive forms
Als je 'uniform' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'uniforme'. Bijvoorbeeld: 'een uniforme regel' of 'de uniforme kleding'. Als het zelfstandig naamwoord onzijdig is en geen lidwoord heeft, gebruik je 'uniforms': 'iets uniforms'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'uniform'. Bijvoorbeeld: 'De kleding is uniform' of 'De regels blijven uniform'.
Comparative
Om te zeggen dat iets meer uniform is dan iets anders, gebruik je 'uniformer'. Bijvoorbeeld: 'Deze klas is uniformer dan die klas'. Als je het vergelijkt met 'dan', gebruik je 'uniformere': 'Deze regels zijn uniformere dan de vorige'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'uniformst' als het na het werkwoord komt: 'Dit is het uniformst'. Als het vóór het zelfstandig naamwoord komt, gebruik je 'uniformste': 'Dit is de uniformste methode'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de overtreffende trap krijgt 'uniform' een extra 's' voor de uitgang '-te': 'uniformst' en 'uniformste'.
- usage:'Uniform' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets overal hetzelfde is, zoals kleding, regels of methodes.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.