🇬🇧

Uniform

Attributive forms

Als je 'uniform' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'uniforme'. Bijvoorbeeld: 'een uniforme regel' of 'de uniforme kleding'. Als het zelfstandig naamwoord onzijdig is en geen lidwoord heeft, gebruik je 'uniforms': 'iets uniforms'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'uniform'. Bijvoorbeeld: 'De kleding is uniform' of 'De regels blijven uniform'.

Comparative

Om te zeggen dat iets meer uniform is dan iets anders, gebruik je 'uniformer'. Bijvoorbeeld: 'Deze klas is uniformer dan die klas'. Als je het vergelijkt met 'dan', gebruik je 'uniformere': 'Deze regels zijn uniformere dan de vorige'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor de overtreffende trap gebruik je 'uniformst' als het na het werkwoord komt: 'Dit is het uniformst'. Als het vóór het zelfstandig naamwoord komt, gebruik je 'uniformste': 'Dit is de uniformste methode'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:In de overtreffende trap krijgt 'uniform' een extra 's' voor de uitgang '-te': 'uniformst' en 'uniformste'.
  • usage:'Uniform' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets overal hetzelfde is, zoals kleding, regels of methodes.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.