NEDERLANDS
🇬🇧

Variëren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord, zwak werkwoord

Het werkwoord 'variëren' wordt gebruikt om aan te geven dat iets verandert of afwisselt binnen een bepaald kader of thema. Het impliceert vaak diversiteit of afwisseling binnen een herhaalbaar patroon.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik varieer mijn ontbijt elke dag om het gezond en interessant te houden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorig jaar varieerde zij haar kledingstijl om zichzelf uit te drukken.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Je moet variëren met je studieonderwerpen om alles goed te begrijpen.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel de resultaten variëren, is de algemene trend positief.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • De docent heeft de lesmethoden gevarieerd om de studenten te motiveren.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.