Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig
Het werkwoord 'vastgrijpen' kan zowel letterlijk (fysiek iets vastpakken) als figuurlijk (een kans of mogelijkheid benutten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik grijp de leuning vast als de trein remt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij greep de dief vast voordat hij kon ontsnappen.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben de kans vastgegrepen om een huis te kopen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Grijp de bal vast!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.