Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd
Kan zowel letterlijk (fysiek vasthouden) als figuurlijk (bijv. aan tradities vasthouden) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
jij / je
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
hij, zij / ze, het
hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jij / je
Examples
Ik houd mijn tas stevig vast in de drukke trein.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij hielden elkaar vast tijdens de aardbeving.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je de instructies goed vastgehouden?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Houd vast aan je dromen, ook als het moeilijk wordt.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De vasthoudende student bleef net zo lang oefenen tot hij het snapte.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.