Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'verblijven' wordt vaak gebruikt om aan te geven waar iemand tijdelijk woont of verblijft, zoals in hotels, vakantiehuizen of bij vrienden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik verblijf deze week in een klein dorpje in Limburg.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij verbleef vorige maand in een hostel in Berlijn.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben twee weken in een vakantiehuisje verbleven.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verblijf hier tot ik terug ben!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is noodzakelijk dat u hier verblijve tijdens de conferentie.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.