NEDERLANDS
🇬🇧

Verblijven

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'verblijven' wordt vaak gebruikt om aan te geven waar iemand tijdelijk woont of verblijft, zoals in hotels, vakantiehuizen of bij vrienden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik verblijf deze week in een klein dorpje in Limburg.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij verbleef vorige maand in een hostel in Berlijn.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben twee weken in een vakantiehuisje verbleven.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verblijf hier tot ik terug ben!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is noodzakelijk dat u hier verblijve tijdens de conferentie.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.