Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Examples
Ik heb altijd verdriet als ik aan mijn oude vrienden denk.
tegenwoordige tijd, indicatief
Heb je verdriet om je examenresultaten?
tegenwoordige tijd, indicatief
Hij werd verdrietig toen hij de film keek over verlies.
verleden tijd, indicatief
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.