Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'verlossen' betekent vaak 'bevrijden' of 'redden' van iets negatiefs, zoals pijn, gevaar of een last.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
De held verlost het dorp van de draak.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De verpleegster heeft de patiënt van zijn angst verlost.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verlos ons van het kwaad!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij verloste de vogel uit de val.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.