NEDERLANDS
🇬🇧

Versieren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'versieren' kan zowel letterlijk (decoreren) als figuurlijk (iemand verleiden) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik versier mijn kamer met nieuwe gordijnen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de kerstboom versierd met lichtjes.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Versier de taart met aardbeien!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij versierde de zaal voor het feest.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.