NEDERLANDS
🇬🇧

Verslapen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord, wederkerend (zich verslapen)

Het werkwoord 'verslapen' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand per ongeluk te lang slaapt en daardoor iets mist, zoals een afspraak of een trein.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik verslaap me bijna nooit, maar vandaag heb ik me verslapen.

    tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je je verslaapt, mis je de trein.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij versliep zich gisteren en kwam te laat op school.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Verslaap je niet voor het examen morgen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Keep learning

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.