NEDERLANDS
🇬🇧

Verteren

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'verteren' wordt vaak gebruikt in de context van spijsvertering of het omzetten van voedsel in energie, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden voor het verwerken van informatie of emoties.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Mijn maag kan vet eten niet goed verteren.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Na het eten heb ik mijn maaltijd verteerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, indicatief

  • Als je gezond eet, verteert je lichaam het voedsel beter.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.