NEDERLANDS
🇬🇧

Verwarmen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'verwarmen' wordt vaak gebruikt in de context van eten, dranken, ruimtes of objecten die warm gemaakt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik verwarm elke ochtend mijn ontbijt in de magnetron.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik de kamer verwarmd met de open haard.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verwarm de melk langzaam om te voorkomen dat hij overkookt.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als de zon schijnt, verwarmt hij de hele tuin.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.