hebben
werkwoord
De kunstenares is een prachtige wandtapijt aan het verweven.
Ik wil leren hoe ik moet verweven.
De verweven draden creëren een mooi patroon.
ik
Ik verweefde de draden tot een mooi kunstwerk.
jij / je
Jij verweefde ook enkele kleurrijke draden in je ontwerp.
u
U verweefde de draden met veel precisie.
hij
Hij verweefde de verhalen in zijn boek.
zij / ze
Zij verweefde de boodschappen in haar tekst.
het
Het verweefde ontwerp was heel creatief.
wij / we
Wij verweefden de ideeën in onze presentatie.
jullie
Jullie verweefden veel verschillende materialen in dat project.
Verweef de draden goed voor een sterker resultaat!
Ik hoop dat alles mooi verweve mag worden.
Het kunstwerk is al verweven door de kunstenaar.