NEDERLANDS
🇬🇧

Verwijten

VerbB2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (iemand iets verwijten)

Het werkwoord 'verwijten' drukt vaak een negatieve beoordeling of kritiek uit. Het wordt gebruikt om iemand de schuld te geven van iets.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik verwijt je niets, maar ik had wel meer steun verwacht.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij verweet zijn zus dat ze zijn geheim had verklapt.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft hem verweten dat hij te egoïstisch is.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verwijt jezelf niet te veel; het was niet jouw schuld.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je niemand iets verwijte zonder bewijs.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.