(Een aantal of hoeveelheid aangeven)
Mijn oma wordt volgende maand vijftig jaar oud.
Er stonden vijftig mensen in de rij bij de bakker.
Ik heb vijftig euro in mijn portemonnee zitten.
De kaartjes voor het concert kostten vijftig euro per stuk.
Hij vierde zijn vijftigste verjaardag met een groot feest.
In de jaren vijftig reisden er nog weinig mensen met het vliegtuig.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.