Attributive forms
Als je 'vlot' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'vlotte'. Bijvoorbeeld: 'een vlotte jongen', 'de vlotte trein'. In het onzijdig enkelvoud kun je ook 'vlots' gebruiken, maar 'vlot' is ook goed.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vlot'. Bijvoorbeeld: 'De les is vlot', 'Het werk wordt vlot afgemaakt'.
Comparative
Om te zeggen dat iets vlotter is, gebruik je 'vlotter'. Bijvoorbeeld: 'Zij typt vlotter dan ik'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'vlottere': 'een vlottere oplossing'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
De overtreffende trap van 'vlot' is 'vlotst' of 'vlotste'. Na 'het' gebruik je 'vlotst': 'Hij is het vlotst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'vlotste': 'de vlotste manier'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de stellende trap krijgt 'vlot' soms een -s in het onzijdig enkelvoud (vlots), maar dit is niet altijd nodig. Bijvoorbeeld: 'een vlot antwoord' of 'een vlots antwoord'.
- usage:'Vlot' kan zowel letterlijk (snel) als figuurlijk (gemakkelijk) gebruikt worden. Bijvoorbeeld: 'De boot vaart vlot' (letterlijk) of 'Hij heeft een vlotte babbel' (figuurlijk).
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.