NEDERLANDS
🇬🇧

    Voegen

    A2commonZipf 3.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verbinden; schikken; voegen opvullen

    • de voeg

      Common noun/'vux/

      enkelvoud

      voegvoegje

      meervoud

      voegenvoegjes
    • voegen

      Verb/'vuɣən; 'vuɣə/

      verbinden; schikken

      infinitief

      voegen

      tegenwoordige tijd

      voegvoegtvoegen

      verleden tijd

      voegdevoegden

      tegenwoordig deelwoord

      voegendvoegende
    • voegen

      Verb/'vuɣən; 'vuɣə/

      voegen opvullen

      infinitief

      voegen

      tegenwoordige tijd

      voegvoegtvoegen

      verleden tijd

      voegdevoegden

      tegenwoordig deelwoord

      voegendvoegende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.