Voegen
A2commonZipf 3.9
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verbinden; schikken; voegen opvullen
de voeg
Common noun/'vux/enkelvoud
voegvoegjemeervoud
voegenvoegjesvoegen
Verb/'vuɣən; 'vuɣə/verbinden; schikken
infinitief
voegentegenwoordige tijd
voegvoegtvoegenverleden tijd
voegdevoegdentegenwoordig deelwoord
voegendvoegendevoegen
Verb/'vuɣən; 'vuɣə/voegen opvullen
infinitief
voegentegenwoordige tijd
voegvoegtvoegenverleden tijd
voegdevoegdentegenwoordig deelwoord
voegendvoegende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.