Vogel
deCommon Nouneen warmbloedig, gevleugeld dier dat kan vliegen
(de soort vogels die in de lucht bewegen)
De vogel zat op een tak en zong een mooi lied.
In het park flogen verschillende vogels rond.
- Simple
De vogel maakte een prachtig geluid tijdens de zonsopgang.
- Past Tense
Gisteren zag ik een groot dier boven ons vliegen.
- Imperative
Vlieg snel, vogel!
- Context & Scenario
Tijdens de picknick hoorden we het gezang van de vogels.
- Simple
In de lente zie je veel jonge dieren die voor het eerst vliegen.
- Complex
De vogel, die een felgekleurde veren heeft, kan snel door de lucht bewegen.
- Present Tense
Ik zie een dier in de lucht.
- Interrogative
Vliegt dat dier altijd zo hoog?
- Context & Scenario
In de natuurkunde leren we over de aerodynamica van vogels en andere dieren.
- Related Word
Het nest van dit dier hangt hoog in de bomen.
- Compound
De vogels zwijgen, maar het dier vliegt verder.
- Compound
De vogel vloog hoog in de lucht, maar een andere vogel volgde het dichtbij.
- Future Tense
Morgen zal ik een prachtig dier in de tuin verwachten.
- Declarative
De vogel vliegt altijd naar het zuiden in de winter.
- Context & Scenario
Ze zagen een kleurrijk dier tijdens hun wandeling in het park.
- Synonym
De arend, een majestueus dier, zweeft boven de bergen.
- Idiomatic
Dat dier vliegt laag, dat zegt dat er een storm op komst is.
- Complex
Hoewel het dier klein is, kan het grote afstanden afleggen met zijn vleugels.
een specifiek soort, vaak in de context van het houden als huisdier
(een vogel die mensen als huisdier houden)
Hij heeft een kleurrijke vogel als huisdier die veel praat.
De vogelaars kwamen samen om hun vogels te laten zien.
- Complex
Als je goed voor je huisdier zorgt, zal het gelukkig zijn.
- Compound
Ik heb een hond als huisdier, maar mijn vriend heeft een kat.
- Simple
Mijn huisdier is een schattige papegaai.
- Present Tense
Huisdieren zoals vogels brengen veel vreugde.
- Past Tense
Hij had een kanarie als huisdier toen hij jong was.
- Future Tense
Ik zal mijn nieuwe gerbil als huisdier verzorgen.
- Declarative
Zij heeft een bijzondere vogel als huisdier.
- Context & Scenario
In de klas leren we over de verzorging van huisdieren, zoals vogels.
- Related Word
De verzorging van huisdieren vereist veel aandacht.
- Interrogative
Heb jij ooit een huisdier gehad?
- Context & Scenario
Na school ga ik naar huis om mijn huisdier te voeden.
- Synonym
Mijn kat is een populair huisdier dat heel aanhankelijk is.
- Imperative
Neem goed zorg voor je huisdier!
- Context & Scenario
Tijdens het feestje liet hij iedereen zijn huisdier zien.
- Idiomatic
Huisdieren maken het leven echt leuker dan ooit.
diminutief van vogel, vaak gebruikt voor een jonge of kleine vogel
(een schattig klein vogeltje)
Het vogeltje fladderde rond in de kooi.
Ze maakte een nest voor de kleine vogeltjes in de tuin.
- Simple
Het diminutief van vogel is vogeltje.
- Compound
Het vogeltje is klein, maar het heeft veel energie.
- Complex
Wanneer je het vogeltje voedt, komt het meestal naar je toe.
- Present Tense
Dit vogeltje zingt elke ochtend.
- Past Tense
Gisteren zag ik een schattig vogeltje op het dak.
- Future Tense
Morgen zal ik een vogeltje in de tuin zien.
- Declarative
Die kleine vogel is echt schattig.
- Interrogative
Is dat een vogeltje dat je hebt gevonden?
- Context & Scenario
Ik zie een vogeltje op de tak van de boom.
- Imperative
Kijk naar het schattige vogeltje!
- Context & Scenario
In de les leren we over het vogeltje en zijn nest.
- Context & Scenario
Tijdens het feestje hoorden we het vrolijke gezang van een vogeltje.
- Synonym
Een synoniem voor vogeltje is kuikentje.
- Related Word
De nesteling, dat is het jonge vogeltje, zit nog in de boom.
- Idiomatic
Hij valt altijd voor schattige vogeltjes, dat is zijn zwakte.