Infinitief Ik hou van het geluid van vonken.
Tegenwoordig deelwoord De vlammen zijn vonkend en helder.
Ik zie een vonkende ster aan de hemel.
Voltooid deelwoord De componenten zijn goed gevonkt voor de bevestiging.
Tegenwoordige tijd ik
jij / je, u
Jij vonkt altijd als je aan het werk bent.
hij, zij / ze, het
Hij vonkt als hij met vuur speelt.
wij / we
Wij vonken van enthousiasme.
jullie
Jullie vonken met plezier.
Verleden tijd ik
Ik vonkte tijdens het experiment.
jij / je, u
Jij vonkte van blijdschap.
hij, zij / ze, het
Zij vonkte met de haard branders.
wij / we
Wij vonkten samen met onze vrienden.
jullie
Jullie vonkten recht omhoog.
Gebiedende wijs Vonk voorzichtig met het vuur!
Vonkt goed in de klassen!
Aanvoegende wijs Moge hij vonke als een ster.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.