Voorpret
deCommon Nounplezier hebben in de verwachting van iets leuks dat gaat komen
(iemand geniet van de voorpret voor een vakantie)
De kinderen hadden al veel voorpret voor de schoolreis.
De voorpret van het concert begon al weken van tevoren.
- Simple
De voorpret voor de vakantie is bijna net zo leuk als de vakantie zelf.
- Present Tense
Ik heb nu veel voorpret voor het weekendje weg.
- Future Tense
Ik zal veel voorpret hebben voor ons bezoek aan het pretpark volgende week.
- Declarative
Ze genieten van de voorpret voor de feestdagen.
- Context & Scenario
In het weekend heb ik veel voorpret voor mijn bezoek aan de markt.
- Synonym
De kinderen verheugen zich op de vakantie, en ze plannen al hun activiteiten van tevoren.
- Compound
Ik heb veel voorpret voor de vakantie, dus ik plan alvast enkele activiteiten.
- Past Tense
Vorige maand had ik zoveel voorpret voor de reis naar Frankrijk.
- Interrogative
Heb jij ook al voorpret voor de vakantie?
- Imperative
Geniet van de voorpret voor je verjaardag!
- Context & Scenario
Ana heeft voorpret omdat ze volgende week naar een werkconferentie in Amsterdam gaat.
- Context & Scenario
Tijdens het feest hadden ze voorpret terwijl ze plannen maakten voor de volgende bijeenkomst.
- Idiomatic
Ze zit in de zevende hemel met alle voorpret voor het muziekfestival.
- Complex
Hoewel de vakantie pas volgende maand begint, geniet ik nu al van de voorpret en maak ik plannen.
- Related Word
De verwachting van een leuk uitje kan net zo plezierig zijn als de realiteit.
vreugde of opwinding die je voelt voor iets leuks wat gaat gebeuren
(iemand ervaart voorpret voor een vakantie)
De voorpret voor de zomervakantie is vaak net zo leuk als de vakantie zelf.
Ze had veel voorpret toen ze de reis aan het plannen was.
- Simple
- Complex
- Past Tense
- Declarative
- Interrogative
Voel jij ook opwinding voor de aankomende vakantie?
- Context & Scenario
- Context & Scenario
- Synonym
- Related Word
De opwiinding nam toe terwijl de vakantie dichterbij kwam.
- Simple
De opwinding voor de reis begint zodra de koffers zijn ingepakt.
- Complex
Hoewel ze nog een week moest wachten, voelde ze al opwinding voor de vakantie aan zee.
- Present Tense
- Past Tense
Hij voelde opwinding toen hij de reisdetails ontving.
- Future Tense
Ze zal opwinding voelen wanneer de reis begint.
- Interrogative
- Imperative
Geniet van de opwinding voordat je op reis gaat!
- Context & Scenario
- Context & Scenario
Onder vrienden deelde hij zijn opwinding over de reis naar Spanje.
- Compound
- Compound
Er was veel opwinding voor de vakantie, dus ging ze meteen haar spullen pakken.
- Present Tense
Ik voel opwinding als ik aan de vakantie denk.
- Future Tense
- Declarative
De opwinding voor het weekend weg naar Ameland was groot.
- Imperative
- Context & Scenario
Elke keer dat de vakantie nadert, voel ik een sprankje opwinding.
- Context & Scenario
Tijdens de vergadering kon hij zijn opwinding voor de vakantie niet verbergen.
- Synonym
Er was een enorme spanning in de lucht voor de geplande vakantie.
- Idiomatic
De opwinding hing in de lucht toen ze over de reis spraken.
- Related Word
- Idiomatic