🇳🇱

Attributive forms

Als je zegt 'de wanhopige man' of 'een wanhopige vrouw', gebruik je 'wanhopige' vóór het zelfstandig naamwoord.

With definite article
de wanhopige
"De wanhopige man vroeg om hulp."
With indefinite article
een wanhopige
"Een wanhopige vrouw zocht naar antwoorden."
Without article
wanhopig
"Hij voelt zich wanhopig."

Predicative form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'wanhopig': De situatie is wanhopig.

wanhopig
"De situatie is wanhopig."

Comparative

Als je zegt 'wanhopiger', vergelijk je twee situaties: de ene is erger dan de andere.

Base form
wanhopiger
"Deze situatie is wanhopiger dan de vorige."
With "dan"
wanhopiger
"Hij is wanhopiger dan zijn vriend."

Superlative

Bij de superlatieve zeg je 'de wanhopigste' als je het hebt over de hoogste graad van wanhoop.

Attributive
de wanhopigste
"Zij is de wanhopigste van allemaal."
Predicative
wanhopigst
"Dit is het wanhopigst dat ik me ooit heb gevoeld."

Important notes

  • usage:Het woord 'wanhopig' beschrijft een situatie waarin iemand zich heel verdrietig of verloren voelt.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.