Attributive forms
Als je zegt 'de wanhopige man' of 'een wanhopige vrouw', gebruik je 'wanhopige' vóór het zelfstandig naamwoord.
- With definite article
- de wanhopige
- "De wanhopige man vroeg om hulp."
- With indefinite article
- een wanhopige
- "Een wanhopige vrouw zocht naar antwoorden."
- Without article
- wanhopig
- "Hij voelt zich wanhopig."
Predicative form
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'wanhopig': De situatie is wanhopig.
Comparative
Als je zegt 'wanhopiger', vergelijk je twee situaties: de ene is erger dan de andere.
- Base form
- wanhopiger
- "Deze situatie is wanhopiger dan de vorige."
- With "dan"
- wanhopiger
- "Hij is wanhopiger dan zijn vriend."
Superlative
Bij de superlatieve zeg je 'de wanhopigste' als je het hebt over de hoogste graad van wanhoop.
- Attributive
- de wanhopigste
- "Zij is de wanhopigste van allemaal."
- Predicative
- wanhopigst
- "Dit is het wanhopigst dat ik me ooit heb gevoeld."
Important notes
- usage:Het woord 'wanhopig' beschrijft een situatie waarin iemand zich heel verdrietig of verloren voelt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.